Fargesia murieliae uit het wild

Dankzij de eigenschap dat deze groep bamboes zich netjes gedraagt en niet in korte tijd de hele tuin in bezit neemt, zijn Fargesia’s de meest verkochte bamboes met name voor kleinere tuinen. In de 20ste eeuw waren Fargesia nitida en F. murieliae de enige soorten die beschikbaar waren. Ze waren dankzij plantenjagers naar het westen gekomen, uitzonderlijk winterhard, groenblijvend en geschikt om er dichte hagen  mee te maken. Toen in de 90er jaren van de vorige eeuw de bloeifase voor F. murieliae was aangebroken, enige jaren later gevolgd door F. nitida, zochten vele kwekers naar vervangende bamboes die weer een eeuw bloeiveilig zouden zijn. Het lag voor de hand om te gaan doorkweken met de overvloed aan zaailingen. De variatie binnen deze zaailingen was groot. Er zaten nogal wat zwakke exemplaren tussen, evenals planten met bladafwijkingen die bij nader onderzoek genetisch bepaald bleken te zijn (zie foto hieronder). Bij kritische beschouwing bleken er maar heel weinig planten goed genoeg te zijn om als sierplant in tuinen toe te passen.

blad van een inferieure Fargesia murieliae

Voorbeeld van ongezond blad van een “inteelt-Fargesia”

Onder allerlei namen zijn er talloze inferieure zaailingen vermeerderd en in de handel gebracht. Deze planten voldoen voor de gemiddelde consument. Maar zo gezond en mooi als de oorspronkelijke moederplant  zijn ze echt niet.

Gezonde vitale Fargesia-kruisingen

De kunstmatige kruisingen tussen F. murieliae en verschillende klonen van F. nitida die o.a. door kweker Hans Verweij zijn verricht, hebben na een strenge selectie wel een aantal uiterst mooie en vitale planten opgeleverd zoals Viking,  Pillar,  Black Pearl,  Winter Joy en  Obelisk. Deze planten beginnen inmiddels de markt in te stromen, al hebben ze nog niet de grote tuincentra bereikt. Voor kleine tuintjes worden deze planten al snel te groot, en is flinke snoei nodig. Het zoeken naar een rustig groeiende, gezonde Fargesia die niet hoger dan een meter of 2 wordt en niet overhangt, is nog steeds gaande.

Fargesia uit weefselkweek (laboratoriumvermeerdering)

Sinds China haar grenzen voor de buitenwereld heeft geopend, zijn er veel nieuwe Fargesiasoorten naar het westen gekomen. Daarvan hebben enkele dmv weefselkweek de markt overspoeld. Dit is niet altijd goed gegaan, soms door gebruik van  ongezond uitgangsmateriaal, soms ook doordat het recept waarmee in het laboratorium werd gewerkt, niet voldeed. Dat heeft de weefselkweek-industrie geen goed gedaan en haar nogal wat imagoschade opgeleverd. Verschillende kwekers vermijden nu het toepassen van “laboratoriumplanten”, terwijl de kinderziekten er tegenwoordig voor een deel uit zijn. Fargesia rufa bijvoorbeeld blijkt tegenwoordig uit weefselkweek wel te voldoen, al weet niemand precies of er verborgen gebreken in zouden kunnen zitten doordat er ivm de gebruikte techniek mutaties kunnen optreden die misschien niet altijd zichtbaar zijn.

Gezonde F. murieliae is opnieuw geïntroduceerd uit het wild

Een F. murieliae uit Shennongjia met donkere stengels en rode scheuten

Meer informatie over andere polvo

Eén van de ontbrekende Fargesia-introducties uit het wild was tot nu toe de nieuwe generatie Fargesia murieliae (uit kruisbestuiving voortgekomen; in het wild zorgt de wind voor versrpreiding van stuifmeel). Want ook in het gebied van herkomst heeft deze soort gebloeid (na ruim 100 jaar groei zonder bloei!). Doordat veel wilde populaties zich binnen militair terrein bevinden, kon er uit het wild geen plantmateriaal worden verzameld. Maar een Duitse bamboejager heeft een aantal jaar geleden uit het Chinese Shennongjia-reservaat een 90tal zaailingen meegenomen, die zijn uitgeplant en op hun groei-eigenschappen zijn beoordeeld. Daarbij bleek de variatie binnen de wilde F. murieliae groot te zijn. Gelijktijdig met F. murieliae bloeide in dat gebied ook F. spathacea. Dat maakt het aannemelijk dat er ook in het wild hybridisatie is voorgekomen, wat de grote variatie binnen de zaailingen zou kunnen verklaren. De behoefte aan het indelen van Fargesia in verschillende soorten zit ons hier danig dwars! Als deze bamboes zo makkelijk “vreemdgaan”, is het beter om voor de grote spreiding in eigenschappen een indeling in groepen te maken.

Uit de geïmporteerde Fargesia murieliae-zaailingen zijn 4 planten gekozen die door hun opvallende eigenschappen een voorlopige handelsnaam gekregen hebben:

“Dragon King”,  “Evergreen”,  “Blue Dragon” en  “Purple Arrows” zijn elk voorlopige namen van gezonde F. murieliae – elk dus uit herintroductie uit China.Deze wilde, sterke soorten groeien  sneller en hebben gezonder blad dan de “inteelt”-Fargesia murieliae selecties (zoals Jumbo, Simba, Bimbo en vele anderen, die immers door zelfbestuiving uit één en dezelfde kloon zijn voortgekomen). Op deze klonen uit het wild is dan ook kwekersrecht van toepassing.   Ik verwacht dat de “inteelt”-Fargesia’s geleidelijk het veld zullen gaan ruimen.

Meer informatie over andere polvormige bamboesoorten zoals Borinda>>

 

Reageren is niet mogelijk