Bamboe in Nederland

bamboeheader

Bamboekwekerij in Nederland

 

Bamboe in Nederland, kan dat? Voor velen is het nog steeds iets onbekends, maar er is een schitterend assortiment bamboe te koop. Sinds een jaar of 15 is bamboe volop in de belangstelling komen te staan. En met recht, want deze zeer snelle groeier kan op vele manieren een tuin verfraaien! Kom zelf zien in onze Jungletuin!

Bamboe groeit snel

Bamboe behoort tot de snelste groeiers in het plantenrijk: binnen 2 maanden bereikt een jonge scheut zijn uiteindelijke hoogte en dikte! Enkele soorten bereiken in Nederland onder gunstige omstandigheden een hoogte van ± 9 meter bij een dikte van ± 7 cm.

Welke bamboe in Nederland?

Over de gehele wereld bestaan er ruim 1000 verschillende soorten, waarvan er een dikke 100 winterhard zijn in Nederland. Sinds ik in het voorjaar van 1990 begon om uit liefhebberij een weiland te beplanten met een steeds groeiende collectie, is de kennis over bamboe enorm  toegenomen. Bamboe bleek een in vele opzichten fascinerend gewas te zijn. Mijn volslagen uit de hand gelopen hobby mondde ten slotte uit in een assortimentskwekerij! Deze pagina geeft informatie over praktijkervaringen met bamboe onder Hollandse omstandigheden. Ons klimaat wijkt nogal af van bv. dat van China of Japan, waar de meeste in Nederland gebruikte bamboes vandaan komen. Onze winters zijn verhoudingsgewijs arm aan sneeuw. Dit betekent dat de bamboes hier, zeker als ze nog klein zijn, gevoelig zijn voor schraal winterweer. Winterzon kan zeer schadelijk zijn! Hollandse zomers zijn vergeleken met China en Japan vaak te droog. Vooral in de Chinese en Japanse berggebieden valt al gauw twee keer zoveel neerslag als hier. Dit betekent dat we extra aandacht aan de vochtvoorziening moeten besteden. De meeste zomers zijn overwegend droog, waardoor er hier extra bevloeid moet worden om stagnatie van de groei te voorkomen. (De zomers van b.v. 2004 en 2012 waren wel nat genoeg, maar te koel met als gevolg matige groei in het volgende groeiseizoen.) Bamboe verbruikt met name op winderige plaatsen veel water. Bovendien is de relatieve luchtvochtigheid hier gemiddeld lager dan op de natuurlijke groeiplaatsen het geval is.

Niet alle bamboe-informatie is van toepassing in Nederland!

In vele buitenlandse publicaties wordt informatie gegeven die lang niet altijd van toepassing is op de situatie in Nederland. Als voorbeeld: een zeer veel toegepaste en schitterende bamboe als Phyllostachys aurea is in Frankrijk winterhard én wintergroen en bereikt in het zuiden zijn maximale hoogte van 9 meter. Ook in Maastricht schijnt een indrukwekkend exemplaar te staan in een stadstuin. De minimumtemperatuur die deze bamboe verdraagt, wordt in de meeste publicaties gesteld op -18 tot -20 ºC. De praktijk hier in Steenwijkerwold wijst echter uit dat er elke winter bladschade optreedt, die niet alleen te wijten is aan vorst maar ook aan harde wind, waardoor de wintergroenheid vermindert. In mei herstellen de planten zich vaak weer helemaal. Volgens berichten uit Noorwegen overleeft deze bamboe zelfs de winter op een plaats 150 km ten noorden van Bergen, maar gedraagt zich daar meer a!s een bladverliezende struik. Hoewel de maximaal toegestane minimumtemperatuur aan de kust in Noorwegen niet overschreden wordt, blijkt hier wel uit dat deze bamboesoort zich daar niet natuurlijk ontwikkelt.

Halmen, die vanaf eind augustus verschijnen, worden in Nederland vaak niet meer rijp genoeg voor de eerste kou. Ze kunnen beter in een vroeg stadium verwijderd worden, vooral als ze de neiging vertonen om horizontaal te groeien, omdat ze onnodig groeikracht verbruiken. Uitzondering op deze regel is het geslacht Fargesia en Chimonobambusa.

zeer sterke tuinbamboe

Groei van bamboe

De groeikracht van bamboe is enorm. U plant bv. een Phyllostachys van ruim 1 meter hoogte (uit een pot van 3 of – beter nog – 5 liter afkomstig) op een luwe en warme plek in rijke en goed afwaterende grond. De beste tijd hiervoor is maart/april (maar later mag ook). Dan zal deze plant aan het eind van de zomer enkele nieuwe stengels gevormd hebben van 150-200 cm hoog, en enige rizomen (wortelstokken) van soms bijna 1 meter!

Na het 2de groeiseizoen zal de bamboe al 200-250 cm hoog worden, en een breedte van 50-100 cm hebben (afhankelijk van de soort).

Het 3de groeiseizoen levert halmen van 250-300 cm op, het 4de reeds halmen tot 4 meter – bij sommige bamboesoorten op 2 meter afstand van de oorspronkelijke plant! Op z’n vroegst na 5 groeiseizoenen (maar meestal pas na ± 10) produceert de bamboe volwassen stengels.

De maximale eindhoogte van veel bamboes onder Nederlandse omstandigheden is een meter of 5 in het noordelijk kustgebied tot een meter of 12 in zuid Limburg! Het klimaat warmt op en nieuwe groeirecords zijn zeker te verwachten. Het jaarlijks wegsnoeien van de dunste stengels, het in het voorjaar wegbreken van de dunste scheuten en een flinke bemesting stimuleren de groei naar volwassenheid. Lage soorten bereiken hun eindhoogte al binnen enkele jaren.

Fargesia, een polvormende groep bamboes met dunne halmen, groeit ook snel naar de eindhoogte, maar groeit in de breedte ongeveer maar 10cm per jaar naar buiten.

Bamboe bloei

Een wijdverbreid misverstand is dat bamboe zich massaal dood bloeit, waardoor hele bossen kunnen afsterven. Dit idee is ontstaan door de dramatische sterfte onder pandaberen tijdens het overvloedig bloeien van wilde bamboebossen. Hierdoor viel hun voedselbron plaatselijk weg. De oorzaak van deze ramp is echter hoofdzakelijk de enorme versnippering van het leefgebied wegens ontginningen door de mens.

Gelijktijdig en overvloedig bloeien is in West Europa waargenomen bij Pseudosasa. Alle planten hebben zich echter al weer in hun oude glorie hersteld. Omdat al deze bamboeplanten oorspronkelijk van één moederplant afkomstig waren, bloeiden ze allemaal uit deze z.g. kloon gelijktijdig. Hun erfelijke eigenschappen waren namelijk identiek.

Fargesia murieliae is op zeer grote schaal vermeerderd, vermoedelijk van slechts één moederplant. Alle nakomelingen zijn ten slotte massaal gaan bloeien, hetgeen bij deze soort het einde betekent. Uit zaad is een nieuwe generatie bamboe opgekweekt, die vermoedelijk weer een eeuw mee zal gaan, maar …de zaailingen zijn door zelfbestuiving helaas minder gezond dan de moederplant. Er is inmiddels veel gezonder plantgoed uit China beschikbaar. Inmiddels heeft Fargesia nitida ook overal gebloeid. Kruisingen met de nog bloeiende oorspronkelijke Fargesia murieliae geven uitzonderlijk vitale planten, die inmiddels in de verkoop zijn. Door hun snelle groei zijn deze vooral geschikt voor wat grotere tuinen.

Dankzij import van gezonde Fargesia’s uit het wild (door natuurlijke kruisbestuiving) komen meer en meer gezonde Fargesia’s in omloop en zullen de inteeltplanten hopelijk gaan verdwijnen uit de handel.

Ongewoon is bloeien niet. Op de kwekerij zijn altijd wel enige bloeiende bamboes te vinden, Meestal herstellen de planten er wel weer van. Incidentele bloei (b.v. aan één zijtak in een grote bos) komt soms voor en is onschadelijk voor de plant. Over de biologische klok, die een bloeicyclus schijnt te regelen, is in feite niets bekend. Je kunt rustig stellen dat het fenomeen bloei bij bamboe nog onbegrepen is. “Bloeiveilig”  zijn de volgende Fargesia’s: Fargesia sp. ‘Jiuzhaigou‘, Fargesia denudata, weefselkweekvrije Fargesia murieliae, Fargesia nitida, en  Fargesia dracocephala

Bamboe bemesting

De mate van winterhardheid wordt o.a. beïnvloed door de bemesting. In het algemeen blijkt een erg zware bemesting de planten iets te verzwakken. Gebruik liever geen zogenaamde bemeste tuingrond van het type “4 voor een tientje”! Daarvan is de samenstelling niet zo goed. Ikzelf heb er slechte ervaringen mee (slechte wintergroenheid en slappe luisgevoelige stengels). Er gaat naar mijn smaak niets boven zelfgemaakte compost.

In de volle grond bemest ik bamboe met verteerde paardenmest of organische mengmest voor gazons. Mijn ervaring is dat je er zuinig mee moet zijn tenzij je op arme, droge grond tuiniert. Met kunstmest heb ik vrij slechte ervaringen: je krijgt kwetsbare ‘slungels’ van planten die ‘s winters sneller vorstschade oplopen. Goede ervaring heb ik met organische mengmest 10+4+6 of 5+3+2 dus ± 2 x zoveel stikstof als fosfor en kalium (op droge zandgrond in combinatie met lavameel, op de kwekerij te koop). Ook strooi ik gehakseld tuinafval onder de bamboe. Op zandgrond is rijkelijk toedienen van gesteentemeel zoals lava- of basaltmeel zeker aan te raden, omdat het de vochthoudendheid en de vruchtbaarheid van de bodem zeer verbetert. Gesteentemeel is bijzonder rijk aan o.a. kiezel (silicium) in een voor de plant opneembare vorm. Bamboe is zeer rijk aan kiezel (vandaar de harde taaie stengel) en heeft daarvan dan ook veel nodig. Op leemhoudende gronden kan met minder gesteentemeel worden volstaan. Op zure gronden wordt een kalkgift in het voorjaar zeer gewaardeerd. Zorg steeds voor een mulchlaag van stro, blad, mest, schors enz. om de voet van de bamboe.

TIP: Het laagje afgevallen blad dat zich rond de voet van bamboe vormt niet weghalen; bamboe houdt van ‘recyclen’ en de bladlaag beperkt onnodig uitdrogen van de grond!

Bamboe toepassing in de tuin

Tuinen die door overdadig gebruik van coniferen een doodse sfeer ademen, kunnen een stuk levendiger worden als er wat luchtige en wuivende bamboe wordt geplant. Een bamboehaag als achtergrond geeft een heerlijke beslotenheid.

Ook als onderhoudsarme bodembedekking kan bamboe prima gebruikt worden. In de tuin kan bamboe toegepast worden:

  • als solitair
  • als bodembedekker
  • tussen struiken of bomen of als een (uitdijend) bos
  • als haag

Sommige bamboes wandelen!

Wat U ook kiest, besef het volgende: Bijna alle bamboes “gaan aan de wandel”; de een sneller dan de ander. Uitzondering op deze regel zijn Fargesia-soorten (vroeger Sinarundinaria geheten) en enige minder bekende soorten (Yushania, Thamnocalamus en Chusquea). De hardste hollers zijn de Sasa’s. Bij ongeremde groei verdringen deze bamboes snel andere planten. Zie ook: Bamboe temmen en Wortelbegrenzing

Maar ook Phyllostachys kan er wat van, hoewel bv. Phyllostachys angusta vrijwel op haar plaats blijft.

Om te genieten van zich snel uitbreidende soorten (de zogenaamde ‘runners’) moet er dus een begrenzing worden aangebracht in de grond als de bamboe op een beperkte oppervlakte moet blijven. Deze barrière moet ten minste 60 cm diep zijn en kan gemaakt worden van bv. kunststof , betontegels of een oude speciekuip waar de bodem uit verwijderd is.

Dus als u een runner plant, breng dan altijd een barrière aan als u de bamboe in toom wilt houden!

 

Bamboe als solitair

Als solitair doet bamboe het prima. Op open winderige plaatsen kan bamboe na een ruige winter bladschade oplopen, of kunnen stengels afsterven; maar de planten herstellen zich vrijwel steeds.

Overbekend als solitair is de fraaie Fargesia murielae, maar er is tegenwoordig veel meer keus: zeer mooi is vooral Phyllostachys aureosulcata ‘Spectabilis’, die de matig winterharde Phyllostachys aurea aan het verdringen is, de zwarte Phyllostachys nigra en de reusachtige Phyllostachys vivax ‘Aureocaulis’. Maar in de kustgebieden van Nederland kan ook een soort als Semiarundinaria viridis of Pleioblastus hindsii een fantastisch effect geven.

Bij moderne huizen met vaak strakke lijnen is bamboe een verademing. Een groep Sasa palmata aan de oever van een waterpartij is ook een voorbeeld van een mooie toepassing van bamboe als solitair.

 

Bamboe als bodembedekker

De hardste hollers onder de bamboes zijn de Sasa’s. Als onderhoudsarm gazon wordt vaak lage Sasa of Pleioblastus gebruikt, die zich zeer snel uitbreidt en de grond volledig bedekt. Veel lage bamboes knappen op van een volledige terugsnoeibeurt na de winter Ze lopen dan in schitterende tinten groen weer uit.

Onder de lage bamboesoorten zijn veel bonte vormen verkrijgbaar. Vooral Pleioblastus auricoma (=viridistriata) heeft bij het uitlopen prachtig bijna lichtgevend geel-groen gestreept blad (maar sommige mensen gruwen daarvan …). Soorten met zeer grote bladeren vindt men ook in deze groep, zoals Sasa tessellata, die ook in diepe schaduw nog groeit.

Veel hogere bamboesoorten bedekken de grond echter ook goed. Het duurt (afhankelijk van de plantgrootte) een aantal jaren voor een bepaalde oppervlakte dicht is. Dan hoeft men weinig onderhoud meer te plegen.

Bamboe tussen bomen of struiken

Tussen struiken of bomen komt bamboe goed tot zijn recht als men combinaties van zeer uiteenlopende bladvormen maakt. Zelf vind ik combinaties met b.v. liguster, berk of wilg niet mooi. Zonminnende soorten moeten qua hoogte het zonlicht kunnen bereiken, anders kwijnen ze. Dit geldt met name voor Phyllostachys. Houdt er rekening mee dat bamboe zich zonder begrenzing steeds meer uitbreidt!

De grondsoort die bamboe het liefste heeft, is lichte leemgrond of zavel, die goed gedraineerd is en veel voeding bevat (bij voorkeur in de vorm van verteerde stalmest of compost) Maar in bosgrond voelt de plant zich ook zeer gelukkig.

Te zware en te lichte gronden royaal vermengen met turf en compost. Zware klei bovendien vermengen met grof zand (brekerzand) en oude paardenmest. Vette klei kan tevens luchtiger gemaakt worden met gehakseld materiaal of houtkrullen. Bamboe is vooral op zandgrond ook dankbaar voor minerale bemesting in de vorm van gesteentemeel zoals lavameel.

Water geven in droge tijden bevordert een goede groei enorm. Denk eraan dat ook ‘s winters hij sterk drogend weer een emmer water zeer gewaardeerd wordt (als het niet vriest!). Twee uitersten zijn dodelijk voor hamboe: uitdroging of verdrinking door slechte drainage.

Een werkelijk mooie bamboetuin lukt alleen als de vochtvoorziening voldoende is.

 

Een bamboe-bos

Op een vruchtbare vochthoudende bodem kan één bamboe zich uiteindelijk tot een bos(je) ontwikkelen. In ons land is hiermee nog weinig ervaring opgedaan. Wel worden hier en daar stukjes bos aangeplant met meestal geïmporteerde grote planten. Wegens de hoge kosten is het vaak niet haalbaar om zo te beginnen met een bos, en moet men dus zelf vermeerderen. Dat kan met stukken wortelstok met gezonde ogen, die in de loop van maart van moederplanten afgenomen worden en geplant (neem stukken met minstens 3 ogen, niet te zuinig!). De volgende soorten zijn goede “kolonisten”: Bashania fargesii, Semiarundinaria (fastuosa) viridis,  Phyllostachys atrovaginata, Phyllostachys rubromarginata, Phyllostachys nuda (geeft een vrij open bos), Phyllostachys aureosulcata, Phyllostachys bissetii, Phyllostachys nigra ‘Boryana’ en ‘Henonis’ en Phyllostachys vivax (op wind beschutte plaatsen)

 

Een haag van bamboe

Bamboe is zeer geschikt voor de aanplant van een haag of een windsingel. In tegenstelling tot b.v. een haag van coniferen gaan de meeste bamboes echter aan de wandel, d.w.z. ze produceren worteluitlopers van waaruit nieuwe halmen groeien. Als een bamboe het naar z’n zin heeft, kan dit in een flink tempo gaan! Voor een wilde haag hoeft dit geen bezwaar te zijn, maar in veel gevallen zal men de haag willen inperken.

Dat betekent dat er nogal wat voorbereidend werk moet worden gedaan. Dit wordt verderop beschreven onder “voorbereidingen”.

Het is mogelijk om zowel een strakke, geschoren haag te maken als een wilde haag. Van heel laag (20cm) tot heel hoog (5 meter), van half doorzichtig tot een dichte wintergroene muur van blaadjes.

Een volwassen hoge bamboehaag levert, behalve beschutting, ook gratis bamboestokken, want jaarlijks worden de oudste halmen bij de grond weggesnoeid.

 

Bodem

Het is van wezenlijk belang om de aanplant op de juiste manier voor te bereiden. Voor een voorspoedige groei moet de grond aan de volgende eisen voldoen:

1. goede waterafvoer in natte tijden. In tegenstelling tot riet verdraagt bamboe namelijk geen natte voeten.

2. goede vochthoudendheid, dus grond die rijk is aan organisch materiaal bv. verteerde paarden- of koemest, compost, veen etc,

3. bij voorkeur klei- of leemhoudend om de behoefte aan kiezel te dekken.

Bamboe ontleent zijn hardheid aan een hoog kiezelgehalte. Zand bevat weliswaar veel kiezel maar niet in een voor de plant makkelijk opneembare vorm. Zandgrond kan voor bamboe verbeterd worden met lavameel (± 500 gram/m2) of klei. Ook andere gronden kunnen, om de kiezelbehoefte beter te dekken, verbeterd worden met dit gesteentemeel, dat zeer rijk is aan voor de plant opneembare kiezel.

 

Bamboe gebruikt veel water

Het is verder van groot belang om in erg droge tijden water te kunnen geven. Als het om een niet al te grote tuin gaat, is een tijdje de tuinslang erop een prima oplossing. Gaat het om grote hagen dan is het aan te bevelen om na het planten een bevloeiingsslang tussen de stengels door te laten lopen. Ik gebruik daarvoor een goedkoop soort tuinslang waarin ik op de gewenste plaatsen gaatjes prik. Met een slangkoppeling kan het geheel dan aangesloten worden op de waterleiding. Het eind van de bevloeiingsslang(en) buig ik terug om de slang af te binden zodat het water zich een uitweg zoekt door de vele gaatjes. De beste tijd om te bevloeien is ‘s nachts of ‘s morgens heel vroeg. Bij gebruik van eigen grondwater: pas op met zeer ijzerhoudend water! Een te veel aan ijzer verstoort het mineraalevenwicht van de bodem. Ervaringen met ijzerrijk water zijn slecht: bruine bladpunten en een ongezonde bladkleur Het bamboepark bij de kwekerij wordt beregend met grondwater, dat eerst opgepompt wordt in een vijver, waar het ijzer neerslaat. Het water komt daarna via een beekje in een tweede vijver. Daar is het op temperatuur gekomen, en pas dan wordt het voor de planten gebruikt.

 

 

Zon

 

Voor de volle zon is er een grote keus aan soorten die een mooie bamboehaag geven. Hieronder staan enkele soorten genoemd die hiervoor het best geschikt zijn. Op schaduwrijke plaatsen is voor een hoge haag de keus beperkter: Pseudosasa japonica is evenals Fargesia dan heel geschikt. Phyllostachys groeit in de schaduw minder goed, en gaat dan overhangen.

Voor een lage bamboehaag kan men kiezen uit de vele Sasa’s of bv. Pleioblastus.

Voorbereidingen

(Begin niet met deze voorbereidingen als de plaats waar de haag moet komen niet goed gedraineerd is)

Graaf een greppel op de plaats waar de bamboehaag moet komen. Voor een lage smalle haag is 30×30 cm genoeg. Voor een zeer hoge haag voldoet 100 cm breed x 50 cm diep.

Als de bamboe van uw keus een wandelende soort is, en u wilt de haag niet steeds breder laten worden, dan zult u een barrière moeten aanbrengen. Deze kan van oude betontegels zijn, van golfplaat of van een dikke kunststof (niet van antiworteldoek!). U kunt ook met een zeer smalle spa een miniloopgraaf graven en daar specie in storten. Ook vijverfolie helpt, maar niet voor 100 %.

 

Fargesia

Als de barrière is geplaatst, verbeter dan de uitgegraven grond met een grote hoeveelheid verteerde koe- of paardenmest, en/of compost en gesteentemeel. Meng bij kleigrond ook nog royaal grof zand en turf. Meng bij veengrond ook nog zand en leem (of klei). Stort de verbeterde grond terug in de greppel. Het is prima om deze zware klus ruim van te voren te doen, b.v. in de herfst of winter. Het planten kan in het vroege voorjaar gebeuren, hoewel dat niet persé nodig is.

Planten in potten (“containerplanten”) kun je op elk moment planten. Maar aangezien containerplanten in het begin nog kwetsbaar zijn, is het veiliger om kleine planten in het voorjaar te planten; het overwinteringsrisico is dan immers voor de kweker. Als er kleine bamboes worden gebruikt, moet men zeker de eerste winter zorgen voor een zeer royale bescherming van stro, oude vitrage e.d., want zelfs de allerhardste bamboe is als klein plantje nog kwetsbaar.

Het kopen van bamboe

Er is helaas veel bamboe in de handel die men beter niet kan kopen. Te weinig winterharde soorten zoals Phyllostachys aurea of P. nigra worden vaak aangeboden. Erger is het grote aanbod van gedegenereerde planten (door inteelt en/of laboratorium-vermeerdering). Vaak in bouwmarkten of andere grote supermarkten worden deze couveuzeplantjes nog overal verkocht. Sommige grootschalig werkende bamboekwekerijen die beter zouden moeten weten, gaan toch door met de eindeloze productie van zwakke planten zoals Fargesia Simba, Jumbo enz.

Het planten van bamboe

Hoe eerder de bamboehaag dicht en op hoogte moet zijn, hoe meer en hoe groter de planten moeten zijn; vaak is het financieel het slimst om 1 of enkele grote bossige bamboeplanten te kopen en die zelf te splitsen. Doe dit splitsen uitsluitend in het voorjaar, vòòr het uitlopen van de jonge scheuten! Als er alleen kleine planten te krijgen zijn, zal men het daarmee moeten stellen. Voor een hoge haag is dan een plantafstand van ongeveer 50 tot 150 cm voldoende; meer is niet nodig omdat via uitlopers de tussenruimte binnen enkele jaren zal zijn dichtgegroeid. Als de haag zo snel mogelijk dicht moet zijn, moet men max. 50 cm tussenafstand nemen; mag het een jaar of 3 duren dan kan men een tussenruimte tot 150cm aanhouden.

Neem voor een lage bamboehaag een kleinere plantafstand.

Een uitzondering op deze vuistregel vormt Fargesia (voorheen Sinarundinaria). Deze bamboe maakt geen uitlopers en breidt zich vrij langzaam uit. Om van Fargesia een dichte bamboehaag te kweken, moet de plantafstand afhankelijk van het aantal jaren waarin de haag dichtgegroeid moet zijn, gekozen worden. Fargesia breidt zich naar alle kanten ongeveer 10 cm per jaar uit, het plantjaar niet meegeteld. Plant 2 tot 3 planten per meter.

Soms beschikt men niet over planten, maar wel over wortelstokken, de zogenaamde rizomen, bijvoorbeeld als het vervoer van planten te veel ruimte zou kosten. Met rizomen kan men een prima bamboehaag kweken. (maar dit lukt niet met polvormende soorten!) De rizomen kunnen het best 1 jaar oud zijn; ze zijn te herkennen aan de aanwezigheid van schubben die over de segmenten heen zitten. Kies in maart/april stukken met een stuk of 6 knoppen en plant ze ongeveer 25 cm diep. Houd er rekening mee, dat een gedeelte van de rizomen uit kan vallen. In vergelijking met doorgewortelde containerplanten duurt het een jaar extra voordat er een volwassen haag is gegroeid. Enkele haagbamboes:

 

 

Plant Hoogte Afstand Opmerkingen
Fargesia robusta ‘Campbell’ 300-350 20-50 “loopt” niet, dicht fijnbladig,opgaand
Fargesia murieliae 200-300 20-50 “loopt” niet, dicht fijnbladi
Fargesia sp. ‘Jiuzhaigou’ 200-300 20-50 “loopt” niet, dicht fijnbladig
Pseudosasa japonica 250-350 40-70 groot blad, voor  schaduw of zon, opgaand
Pleioblastus hindsii 250-350 30-50 zeer dicht, voor beschutte plek, zeer Japans
Pleioblastus linearis 250-350 30-50 zeer dicht, voor beschutte plek, zeer Japans
Semiarundinaria viridis 300-500 75-100 voor statige, opgaande hoge haag, kan onbeschut
Phyllostachys aureosulcata 300-450 75-100 ‘Spectabilis’ heeft gele halmen, kan onbeschut; maar ‘Aureocaulis’ is mooier geel
Phyllostachys bissetii 300-500 75-150 best wintergroen, kan onbeschut
Phyllostachys atrovaginata 500-800 75-150 snelwandelend, robuust en opgaand
Phyllostachys rubromarginata 500-800 75-100 snelwandelend, robuust en opgaand

 

Als men de rizomen verticaal plant, zullen er vooral stengels gevormd worden; plant men ze horizontaal dan zullen er meer zij-rizomen ontstaan. Laat de rizomen zoveel mogelijk in de haagrichting lopen. Het is ook mogelijk om rizomen laat in de winter op een warme plaats ‘voor te trekken’, bijvoorbeeld in de kamer in lange plantenbakken. Als het weer zacht en vochtig wordt, kunnen de dan doorgewortelde en uitgelopen rizomen uitgeplant worden. Laat voorgetrokken planten rustig wennen aan het buitenklimaat! De eerste weken beschermen tegen zon en wind.Belangrijk: rizoomaanplant lukt alleen bij runners, dus niet hij Fargesia-soorten.fb_img_1476692814987
Krachtig groeiende scheuten bij Phyllostachys “Shanghai 3” in de tuin van kwekerij Rosteto, Praag. Zelfs in het landklimaat van Praag groeit bamboe!

 

Het snoeien van een bamboehaag

Als men een bamboehaag wil snoeien omdat men b.v. de hoogte wil beperken, dan moet dit gebeuren nadat de scheuten hun definitieve hoogte bereikt hebben. Een strakke haag kan verkregen worden door het spannen van dik gegalvaniseerd draad aan weerskanten van de haag, iets boven het midden; d.m.v. dwarsdraden wordt de haag op de gewenste dikte gebracht. Na enige tijd verdwijnen de draden uit het zicht door de vele blaadjes. Het gebruik van al of niet gespleten bamboestokken voor dit doel is echter veel natuurlijker. Het verdere onderhoud bestaat uit het jaarlijks wegsnoeien van lelijke of verouderde (ouder dan 4 à 5 jaar) stengels.

Dit wegsnoeien kan het best ‘s winters gebeuren. Maar snoei niet meer weg dan er in een jaar bijgegroeid is! Anders gaan de wortels kleinere stengels produceren. Lage haagjes van Sasa kunnen, om fris nieuw groen blad te krijgen, na de winter laag bij de grond afgeknipt worden.

Als de bamboehaag te hoge stengels gaat krijgen, kan door het wegsnoeien van de hoogste stengels de vorming van lagere stengels geforceerd worden. Zodoende heeft men de gewenste hoogte in de hand.

Het is voor de planten het beste om de afvallende blaadjes aan de voet van de plant te laten liggen; dan blijft de grond beter vochtig. Ook een bodembedekking van gehakseld tuinafval is prima – vooral in de eerste jaren als de planten nog klein zijn. Een “schone” tuin is trouwens voor veel planten slecht.

Bekijk het assortiment ..

Reageren is niet mogelijk